Kinderen bewegen van nature veel. Spelenderwijs oefenen kinderen zo hun spieren, zintuigen en motoriek. Bewegen is belangrijk voor de ontwikkeling van het kind. Op die manier leren ze vaardigheden die ze de rest van hun leven nodig hebben. Soms verloopt deze ontwikkeling niet als vanzelfsprekend en lukt het niet om bepaalde vaardigheden onder de knie te krijgen, zoals fietsen, schrijven, en een bal vangen.

Wat is kinderoefentherapie

Kinderoefentherapie is een specialisatie van de Oefentherapie Cesar en Mensendieck. Een kinderoefentherapeut heeft zich gespecialiseerd in het onderzoeken en behandelen van kinderen tussen 0-18 jaar, met een motorische (ontwikkelings) achterstand. Doel van de therapie is spelenderwijs de motorische vaardigheden aan te leren of te verbeteren. Bij motorische vaardigheden, moet u denken aan klimmen, springen, gooien, maar ook knippen, knutselen en schrijven. Als het ontwikkelen van deze vaardigheden niet vanzelf gaat, kan kinderoefentherapie geïndiceerd zijn. Naast het behandelen van een motorische (ontwikkelings) achterstand, is de kinderoefentherapeut ook gespecialiseerd in het behandelen van houdings –en bewegingsproblemen. U moet hierbij denken aan het verbeteren van houding van uw kind of het verminderen/opheffen van klachten.

 Mogelijke verwijsindicaties 0-4 jaar

#kinderoefentherapie

  • een asymmetrische houding ( voorkeurshouding)
  • een scheef of afgeplat hoofdje ( PCM meting)
  • een hoge spierspanning ( dit gaat vaak gepaard met overstrekken en huilen)
  • een lage spierspanning ( een kind voelt dan te slap aan)
  • angstig en onrustig zijn
  • veel vallen
  • zich niet goed opvangen bij vallen

Mogelijke verwijsindicaties vanaf 4 jaar

  • Problemen met het evenwicht, moeite met het handhaven van de zithouding, vaak struikelen of veel vallen en veelvuldig ergens tegenaan lopen. moeite met leren fietsen en of zwemmen.
  • Niet goed kunnen rennen, springen, klimmen, hinkelen, enzovoort
  • Moeite met leren fietsen en/of zwemmen
  • Problemen met het vangen en gooien van een bal
  • Opvallende onhandigheid, DCD, dyspraxiekinderoefentherapie
  • Houterig bewegen
  • Kinderen met overgewicht
  • Moeite met priegelwerkjes, knoopsluitingen, ritsen, eten met bestek
  • Niet graag knippen en knutselen
  • Slecht vormen, cijfers en letters herkennen bij rekenen en schrijven op school (bijv. dyslexie en dyscalculie)
  • Problemen met leren schrijven
  • Geremd en gespannen bewegen, bewegingsangst
  • Geen plezier in bewegen
  • Bij diagnoses als NLD, ADHD, autisme en aan autisme verwante stoornissen (PDD-NOS) komen vaak motorische problemen voor.

Onderzoek en behandeling

Na aanmelding bij een kinderoefentherapeut wordt aan het kind en de ouders/verzorgers gevraagd met welke activiteiten het kind moeite heeft. Vervolgens wordt het motorisch functioneren van het kind onderzocht door middel van een ABC- M 2 Test.  Op basis van de hulpvraag en het motorisch onderzoek stelt de kinderoefentherapeut een behandeldoel en behandelplan op. Het verslag wordt met de ouders besproken zodat het voor hen duidelijk wordt op welke manier aan de hulpvraag gewerkt kan worden. Tijdens de behandeling oefent de kinderoefentherapeut samen met het kind de verschillende onderdelen uit het behandelplan. Dit gebeurt altijd spelenderwijs waardoor het kind (weer) plezier heeft in bewegen. Aan ouders kan worden gevraagd om thuis bepaalde spelactiviteiten te herhalen. Gedurende de behandelperiode wordt het motorische functioneren van het kind regelmatig geëvalueerd met de ouders/verzorgers en betrokkenen.

kinderoefentherapie

 

kinderoefentherapie